De Omgevingswet, ervaringen met een nieuwe manier van werken bij de gemeente Leiden

Naar verwachting treedt de Omgevingswet vanaf 2021 in werking. De Omgevingswet bundelt en moderniseert alle bestaande wetten voor de leefomgeving in één wet: wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De Omgevingswet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. 

De nieuwe Omgevingswet vraagt een manier van werken die voor overheden anders is. Welke ervaringen hebben gemeenten tot nu toe? We gingen hierover in gesprek met René van Deutekom, Senior Adviseur Ruimtelijke Ordening bij de gemeente Leiden namens Lodewijck Groep. We spraken o.a. over het belang om nu al te experimenteren met de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet en over het belang van goede participatie bij ontwikkelingen, zodat initiatieven sneller en beter van de grond kunnen komen. 

Een brede kijk op de nieuwe Omgevingswet

Leiden is een stad die volop in ontwikkeling is. René van Deutekom is namens Lodewijck Groep werkzaam voor het Cluster Stedelijke Ontwikkeling, team Ruimtelijke Ontwikkeling. Het team bestaat uit een combinatie van juristen, planologen, stedenbouwkundigen en professionals op het gebied van duurzaamheid, groen en water. “We hebben met elkaar één doel: het verwezenlijken van de ambities van de gemeente Leiden. Iedereen is enthousiast over de stad. Eigenlijk kun je wel stellen dat bij iedereen Leiden in het hart zit.”

In het team Ruimtelijke Ontwikkeling van de gemeente Leiden is men zich al volop aan het voorsorteren op de aanstaande Omgevingswet. “We experimenteren met de nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en testen bijvoorbeeld nieuwe vormen van participatie. De belangrijkste vraag die wij onszelf hierbij stellen, is of de gekozen aanpak of werkwijze bruikbaar is als zometeen de Omgevingswet in werking treedt. Dat vraagt om een brede kijk en een frisse blik bij elke ontwikkeling en werken vanuit een integrale visie.”

Ruimtelijke ordening als belangrijke spil bij nieuwe ontwikkelingen

René geeft aan dat je ziet dat de invoering van de Omgevingswet ook iets doet met de positionering van het vakgebied Ruimtelijke Ordening. “Voorheen werkten RO’ers vaak ‘achterin’ het proces, kwam je kennis en kunde pas later aan bod en liep je soms tegen zaken aan die wellicht eerder ondervangen hadden kunnen worden. Mede vanwege de Omgevingswet is er een duidelijke verschuiving merkbaar, waarbij RO’ers meer naar voren treden bij nieuwe ontwikkelingen en daar een sleutelrol vervullen. Een aantal planologen zit bijvoorbeeld nu al bij intakegesprekken om de vragen achter de vraag te doorgronden en belangrijke zaken als wenselijkheid, haalbaarheid en risico’s in kaart te brengen. Later in het proces heb je hier enorm profijt van. RO’ers hebben eigenlijk steeds meer een signaleringsfunctie. Ruimtelijke Ordening is geen hekkensluiter meer bij projecten, maar toont echt eigenaarschap. We zijn alert op ontwikkelingen en laten ons horen.” 

De praktijk als leerschool

“Ik heb vanwege het werken in detacheringsverband diverse gemeenten van binnen gezien. Dat is ook mijn advies aan nieuw talent. Ga niet direct bij één gemeente aan de slag. Probeer juist brede ervaring op te doen door detacheringsopdrachten uit te voeren bij verschillende gemeenten: groot, middelgroot en klein. Zo maak je kennis met de werkwijzen, achterliggende culturen, manieren van werken en kun je voor jezelf het beste bepalen waar jij je kwaliteiten optimaal kunt benutten. Ik heb van dichtbij kunnen zien hoe de lijnen bij gemeenten lopen, hoe de processen zijn ingericht, wat de invloed is van het Bestuur, hoe afwegingen worden gemaakt. Ik vind dat nu ook leuk om te horen van de junioren die bij Lodewijck Groep werkzaam zijn. Hen wordt de kans geboden ervaringen op te doen bij diverse gemeenten. Daar wordt goed op gestuurd vanuit de persoonlijke ontwikkeling en je ziet de junioren echt stappen maken.”

“Kijk ik naar de start van mijn eigen carrière, dan begon dat eigenlijk al met de keuze van mijn studie. De keuze voor de studie Sociale Geografie & Planologie aan de Universiteit Utrecht was een bewuste keuze, vanwege het brede karakter. Ik ben afgestudeerd op het gebied van economische geografie: hoe kun je regio’s economisch sterk maken, hoe maak je regio’s aantrekkelijk voor bedrijven om zich daar te vestigen, hoe kun je dat stimuleren? Na mijn afstudeeronderzoek bij de provincie Zuid-Holland, ben ik toentertijd eerst gestart bij een gemeente in de Betuwe op het gebied van Grondzaken. Vanuit die opstart kon ik doorgroeien naar het vakgebied Ruimtelijke Ordening. De praktijk is immers nog steeds de beste leerschool.”

Nieuw talent begeleiden

“Ik krijg altijd veel energie door mijn betrokkenheid bij het traineeship van Lodewijck Groep. Ik heb daar ook een aantal casussen voor ontwikkeld. Want hoe breng je nou je theoretische kennis in de praktijk? Ik steek veel tijd in het delen van mijn praktijkervaringen met de junioren, wil dat anderen het snappen, het hen tot de verbeelding spreekt. Dat is soms lastig, de materie is complex en ingewikkeld. Zo komt het weleens voor dat ik onderdelen van een college bij Lodewijck Groep opnieuw behandel, zodat iedereen het goed begrijpt. Zeker niet iets om je voor te schamen. Juist bedoeld om iedereen een stapje hoger te brengen. Ik bereid nieuw talent graag voor op de werkvloer, zodat zij weten wat zij kunnen verwachten bij de overheid.”

Wees zichtbaar en deel kennis

Als tip voor andere RO’ers stipt René het belang van zichtbaarheid aan. “Laat zien waar jouw vakgebied zit, neem interne betrokkenen en externe belanghebbenden daarin mee. Zo kun je indirect sturing geven en ervoor zorgen dat jij de input krijg die je nodig hebt. Ruimtelijke Ordening werkt steeds meer vakoverstijgend. Deel je kennis en neem je collega’s hierin mee! Laat hen niet onnodig opnieuw het wiel uitvinden als jij hiervoor al een instrument hebt ontwikkeld. Ik bevind mij dan zelf eigenlijk nog in een extra luxepositie. Wil ik overleggen over bepaalde vraagstukken met andere RO’ers buiten de gemeente, dan neem ik contact op met mijn collega’s van Lodewijck Groep. Daar waar nodig kan ik ook met hen sparren. Die drempel om met elkaar van gedachten te wisselen is heel erg laag. Het is soms prettig om met iemand over een vraagstuk te discussiëren die niet aan hetzelfde project werkt als jij. Zo houd ik een breder blikveld, blijf ik scherp en hoor ik ook vaak hoe een bepaald vraagstuk bij een andere gemeente is aangepakt. Je krijgt er eigenlijk een heel kennisnetwerk bij. Dat wordt nog eens vereenvoudigd door de open cultuur van Lodewijck Groep, waar het heel normaal is dat wij elkaar helpen. Het onderlinge contact is meer dan gemiddeld. Daarnaast kan de gemeente Leiden ook een beroep doen op de kennis van mijn andere collega’s van de Lodewijck Groep als daar behoefte aan is. Je kunt daarbij denken aan strategische adviezen over planschade of juridische vraagstukken over de wijze van bestemmen.”

“Complexe ruimtelijke vraagstukken in het stedelijk gebied waarbij je uiteindelijk met elkaar trots kan zijn op de bereikte resultaten, dat is voor mij Ruimtelijke Ontwikkeling ten voeten uit!”

René van Deutekom
Senior Adviseur Ruimtelijke Ordening